Vrijwillige herkomstvermelding

Soms verwijst een aanduiding of verpakking naar het land waar het product vandaan komt of de plaats of regio waar het product geproduceerd is. Meestal gebeurt dit op vrijwillige basis, maar in een aantal gevallen is dat wettelijk verplicht (op voorverpakt vers vlees van runderen, varkens, schapen, geiten en pluimvee wat is gekoeld of bevroren).

Bij vrijwillige herkomstvermeldingen die niet in lijn zijn met de herkomst van primaire of kenmerkende ingrediënten is meestal aanvullende informatie nodig om misleiding te voorkomen. Daar gelden specifieke regels voor. In dit artikel lichten we deze begrippen en verplichtingen verder toe en gaan we in op de uitgezonderde gebruikelijke benamingen, zoals Zeeuwse bolussen.

Dit artikel hoort bij Dossier etikettering.

Pauline Houtsma

Kennisspecialist Hygiëne en wetgeving

p.houtsma@nbc.nl
0317 47 12 12

Het land van oorsprong  is het land waar planten of dieren zijn geteeld of opgegroeid en verwerkt, of waar de laatste ingrijpende bewerking of verwerking van een levensmiddel plaatsvond. Vaak leidt deze bewerking tot een nieuw product. Als in Nederland stokbrood wordt geproduceerd met Franse bloem, dan is Nederland het land van oorsprong van het stokbrood. Als cacaopoeder wordt geïmporteerd uit Ecuador, dan is Ecuador het land van oorsprong van de cacao (bonen + verwerking).

De plaats van herkomst is de plaats of het land waarnaar in de aanduiding of op de verpakking wordt verwezen. Bijvoorbeeld Belgische chocolade of Italiaanse koffie of Frans stokbrood. De consument zal er van uitgaan dat het product is geproduceerd in het betreffende land. Ook afbeeldingen zoals vlag(kleuren), landkaarten of afbeeldingen van bekende monumenten, landschappen personen of nationale symbolen kunnen als een verwijzing naar een plaats/land van herkomst worden gezien.

Als de plaats van herkomst op een levensmiddel wordt vermeld en de zogenaamde primaire ingrediënten komen uit een ander land of andere plaats, dan moet de consument hierover geïnformeerd worden als deze anders wordt misleid. Wanneer nu precies sprake is van mogelijke misleiding is moeilijk algemeen te omschrijven. Heeft vermelding van de oorsprong van een bepaald ingrediënt waarschijnlijk een wezenlijke invloed op de aankoopbeslissing door de consument of zou het ontbreken van deze vermelding de consument misleiden?

Vermeldingen als “Geproduceerd in (land)”, “Product uit (land)” of “Vervaardigd in (land)” worden in principe gezien als vermeldingen die verwijzen naar de oorsprong van een product. De consument zal mogelijk daaruit opmaken dat het hele levensmiddel - waaronder de ingrediënten ervan - uit het betreffende land afkomstig is. De bevoegde nationale autoriteit (NVWA) zal dit echter voor elk product/verpakking afzonderlijk beoordelen. Daarbij wordt alle informatie op het etiket en de totale presentatie van het product meegenomen.

Het primaire ingrediënt is het ingrediënt dat meer dan 50% van het levensmiddel vormt of het ingrediënt dat gewoonlijk door de consument met de benaming van het levensmiddel wordt geassocieerd (zoals bijvoorbeeld amandelen in “marsepein”, vlees in “saucijzenbroodje”, vlees in “worst” (bijvoorbeeld een worstenbroodje) wortelen en uien in “hutspot” en gehakt in “chili con carne) en waarvoor in de meeste gevallen een kwantitatieve aanduiding vereist is (KWID). Een levensmiddel kan dus meerdere primaire ingrediënten hebben, maar het kan ook zijn dat een levensmiddel helemaal geen primair ingrediënt heeft.

Een primair ingrediënt kan ook een samengesteld ingrediënt zijn, bijvoorbeeld kaas of chocolade. In dat geval kan ook informatie over het primaire ingrediënt van het samengestelde ingrediënt noodzakelijk zijn. Dit is afhankelijk van het betreffende product en de manier waarop de ingrediënten van het samengestelde ingrediënt in de lijst van ingrediënten staan. Ook hier geldt dus weer een case-by-case benadering.

Informatie over het primaire ingrediënt vormt dus een aanvulling op de informatie over het land van oorsprong of de plaats van herkomst van een levensmiddel. Het maakt voor de vraag of mogelijk sprake is van misleiding niet uit of algemeen bekend is dat het primaire ingrediënt alleen afkomstig kan zijn van buiten de EU terwijl de vermelding van de oorsprong van het uiteindelijke levensmiddel verwijst naar de EU (of naar een of meer lidstaten).

De informatie over de herkomst van het primaire ingrediënt moet duidelijk zichtbaar, goed leesbaar en onuitwisbaar zijn. Artikel 3 van de uitvoeringsverordening (2018/775) stelt de voorschriften vast voor de plaats en de presentatie van de informatie, zoals de lettergrootte.

U kunt het land van oorsprong of plaats van herkomst van het primaire ingrediënt als volgt vermelden:
a) met verwijzing naar één van de volgende geografische gebieden:

  • “EU”, “niet-EU” of “EU en niet-EU”; deze vermeldingen mogen op vrijwillige basis worden aangevuld met verwijzing naar een land of regio bijvoorbeeld “EU (Spanje) en niet-EU (Zwitserland)” of “EU en niet-EU (Zwitserland)”
  • Landcodes zoals USA of UK mogen ook worden gebruikt mits de consumenten in het land van verkoop deze begrijpen en hierdoor niet misleid worden.
  • de regio of ieder ander geografisch gebied in (verschillende) lidstaten of derde landen (indien als zodanig omschreven in het internationaal publiekrecht of goed begrepen wordt door de consument);
  • de lidstaat of de lidstaten, of het derde land of de derde landen;

b) middels een vermelding als volgt: “(naam van het/de primaire ingrediënt(en)) is/zijn niet afkomstig van het (land van oorsprong of de plaats van herkomst van het levensmiddel)”. Bijvoorbeeld voor een “Nederlandse boterkoek”: de boter is niet afkomstig uit Nederland

De oorsprong aanduiding van het primaire ingrediënt moet in hetzelfde gezichtsveld staan als de herkomstaanduiding van het levensmiddel. Als de herkomstaanduiding meerdere keren voorkomt moet de oorsprong aanduiding van het primaire ingrediënt ook herhaald worden.

De vestigingsplaats van de verantwoordelijke exploitant wordt niet beschouwd als een verwijzing naar de plaats van herkomst van het product. Voorwaarde is wel dat de vestigingsplaats niet specifiek benadrukt wordt.

In de productnaam van brood en andere bakkerijproducten wordt regelmatig verwezen naar een plaats of regio. Voorbeelden zijn Turks brood, Frans stokbrood, Fries Roggebrood, Drentse Stoet, Brabants worstenbroodje, Brabantse eierkoeken, Goudse stroopwafels, Limburgse vlaaien, Zeeuwse bolussen, Friese duimpjes, Deense krakeling, Bossche bollen, Groninger koek enzovoort. Vaak worden de bewuste producten niet in de betreffende plaats of regio gemaakt, maar is sprake is van gebruikelijke aanduidingen die verwijzen naar een traditie, smaak of receptuur. De consument verwacht dan niet dat die producten in genoemde landen, gebieden of steden gemaakt zijn. In deze gevallen is er geen sprake van misleiding en is het niet nodig om de plaats van oorsprong of het land van herkomst van het primaire ingrediënt te vermelden.

Ook verwijzing naar “soort”, “wijze”, “stijl”, “recept”, “geïnspireerd door” of “à la” en dergelijke, (bijvoorbeeld: “yoghurt Griekse stijl”, “naar Limburgs recept”) verwijzen doorgaans naar het recept of naar specifieke kenmerken van het levensmiddel of het productieproces ervan en moeten daarom in beginsel niet als een vermelding van oorsprong worden beschouwd. Ook hierbij wordt de hele verpakking weer beoordeeld om vast te stellen of mogelijk sprake zou kunnen zijn van misleiding, bijvoorbeeld door een Griekse vlag af te beelden of een plaatje van een Limburgs icoon.

Pauline Houtsma

Kennisspecialist Hygiëne en wetgeving

p.houtsma@nbc.nl
0317 47 12 12