Houdbaarheidsdatum

De houdbaarheidsdatum is van belang voor de bewaking van de veiligheid en de kwaliteit van levensmiddelen. De wet maakt bij het vermelden van een houdbaarheidsdatum onderscheid tussen de aanduiding ‘ten minste houdbaar tot (einde)’ - de datum van minimale houdbaarheid (THT) - en ‘te gebruiken tot’ - de uiterste consumptiedatum (TGT) (EU Verordening 1169/2011). Voor veel bakkerondernemers blijkt het een lastige zaak de correcte aanduiding voor het juiste product te gebruiken. Een onjuiste aanduiding kan echter leiden tot een boete van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) of tot klachten van uw afnemers.

Op voorverpakte bakkerijproducten hoort in principe altijd een houdbaarheidsdatum te staan. Alleen op dagverse bakkerijproducten is dat niet nodig. Deze zijn namelijk bestemd om binnen 24 uur na bereiding te worden gegeten. Als u de klant duidelijk wilt maken dat het om een dagvers product gaat, kunt u de verkoopdatum (of verpakkingsdatum) op de verpakking vermelden. Dit is niet verplicht, maar wel handig. Deze vermelding kan namelijk ook als productiecode dienst doen en zo voor de traceerbaarheid worden gebruikt.

De datum wordt altijd vooraf gegaan door de woorden: ‘ten minste houdbaar tot’, ‘ten minste houdbaar tot einde’ of ‘te gebruiken tot’. De volgorde moet altijd zijn: dag, maand, jaar. De dag wordt aangegeven met een getal van twee cijfers, de maand in letters (voluit of de gebruikelijke afkorting) of cijfers. Het jaar geeft u aan als jaartal of met de laatste 2 cijfers daarvan.

Een volledige datumvermelding is niet altijd verplicht, maar afhankelijk van de bewaarduur. Bij een houdbaarheid van minder dan drie maanden, moeten sowieso de dag en de maand worden aangegeven. Het jaartal kan hier achterwege blijven. Is een product langer dan drie maanden houdbaar, dan kunt u volstaan met aanduiding van maand en jaar. Een dagaanduiding is in dat geval dus niet noodzakelijk. Bij een houdbaarheid van meer dan achttien maanden hoeft u alleen het jaar te vermelden, in combinatie met de woorden ‘ten minste houdbaar tot einde’.

Op de plaats van de datum mag ook naar een andere plaats op de verpakking verwezen worden, waar de houdbaarheidsdatum vermeld staat. Bijvoorbeeld op de sluitclip. Als de datum afhankelijk is van een bijzondere wijze van bewaren, bijvoorbeeld gekoeld of bevroren, vermeldt u dat erbij.

Op grond van artikel 24 lid 1 van EU Verordening 1169/2011 moet de uiterste consumptiedatum (TGT datum) worden vermeld op levensmiddelen die uit microbiologisch oogpunt zeer bederfelijk zijn. Dat wil zeggen: ze hebben een bewaartemperatuur van maximaal 7°C en ziekmakende bacteriën (bijvoorbeeld Listeria of Salmonella) kunnen daarin uitgroeien tot aantallen waar je ziek van wordt. Is de TGT datum verstreken, dan is de veiligheid van het product dus niet meer gegarandeerd, tenzij het product wordt ingevroren voordat deze datum verstreken is. 

Op voorverpakte, bederfelijke producten vermeldt u altijd de maximale bewaartemperatuur. Schrijft u een bijzondere bewaartemperatuur voor, bijvoorbeeld tussen de 0°C en 6°C, dan is er op grond van artikel 15 van het Warenwetbesluit Bereiding en behandeling van levensmiddelen een aanvullende waarschuwing op producten met de aanduiding 'te gebruiken tot' noodzakelijk op het etiket of de productbeschrijving. U mag er namelijk niet van uitgaan dat de koelkast van de consument dusdanig laag staat afgesteld. Daarom vermeldt u in die waarschuwing hoeveel dagen na aankoop het product nog bewaard kan worden (er van uitgaande dat het product vanaf dat moment bij 7°C wordt bewaard). De reeds aangegeven uiterste consumptiedatum mag daarbij nooit overschreden worden. U kunt daarom bijvoorbeeld de volgende tekst opnemen: "Dit product dient u binnen x dagen na aankoop te consumeren, echter nooit na de op de verpakking vermelde uiterste consumptiedatum". Wanneer de voorgeschreven bewaartemperatuur op de verpakking 7°C is, is zo'n aanvullende waarschuwing niet nodig. 

Met de aanduiding ‘te gebruiken tot’ geeft u de uiterste consumptiedatum aan. Als deze datum is verstreken, mag u het product niet meer verkopen.
U mag de aanduiding niet afkorten tot TGT, maar u vermeldt deze altijd in zijn geheel.

De aanduiding ‘ten minste houdbaar tot’ gebruikt u als ziekmakende bacteriën niet kunnen uitgroeien in een product waarvoor vermelding van een houdbaarheidsdatum verplicht is. Het gaat dan meestal om producten die niet gekoeld hoeven worden om bederf tegen te gaan. De aanduiding ‘ten minste houdbaar tot’ is geen uiterste consumptiedatum. U garandeert de kwaliteit van het betreffende product tot en met de vermelde datum. Daarna is het de verantwoordelijkheid van de afnemer of consument of die het product na deze datum nog wil verkopen of consumeren. U mag de aanduiding niet afkorten tot THT, maar u vermeldt deze altijd in zijn geheel.

Producten met een THT datum kunnen na het verstrijken van die datum vaak nog veilig gegeten worden. De kwaliteit kan na het verstrijken van deze termijn wel achteruit gaan. De consument kan na deze datum door te kijken, te ruiken en/of te proeven - zonder risico om ziek te worden - vaststellen of een product nog goed is. Ook in het kader van het tegengaan van voedselverspilling is het daarom van belang om de juiste keuze te maken in de vermelding van de houdbaarheidsdatum. 

Een globale toelichting op de verschillende verplichte onderdelen voor het etiket van voorverpakte producten vindt u hier. Voor een gedetailleerde toelichting verwijzen we u naar ons speciale naslagwerk “Voedselinformatie en Aanduiden” die deel uitmaakt van het digitale informatiepakket. Heeft u na het doorlezen daarvan nog vragen op het gebied van etiketteren? Neem dan contact op met onze kennisspecialisten via kennis@nbc.nl of 0317 47 12 12.