Akkoord Verbetering Productsamenstelling; acties voor de bakkerijsector

Het voedingsaanbod voor de consumenten verbeteren; daar draait het om in het Akkoord Verbetering Productsamenstelling (AVP) dat door verschillende (industriële) partijen en de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, in 2014 is ingevoerd. Fabrikanten (industrieel) en supermarkten werken al sinds de oprichting van het AVP samen om calorieën (suiker en vet), zout en verzadigd vet in producten te verminderen. Het gaat hierbij om het productaanbod in brede zin: van chips, tot kant- en klaar maaltijden, vleeswaren, groenteconserven, frisdrank, noem maar op. Ook komen er afspraken over de portiegrootte van onder andere koek en banket.

Ambities

De gezamenlijke ambities die met behulp van het AVP bereikt moeten worden zijn:
- Het zoutgehalte in het productaanbod verminderen, zodat het voor de consument makkelijker wordt om maximaal 6 gram zout per dag te consumeren. De consument die eet volgens de Richtlijnen Goede Voeding , kan uiterlijk in 2020 voldoen aan de consumptie van maximaal 6 gram per dag. 
- Het verzadigd vetgehalte in het productaanbod verminderen, zodat het voor de consument makkelijker wordt om maximaal 10% van de energie (kcal) uit verzadigde vetten per dag te consumeren. Dit te realiseren voor 2020.
- Het voor consumenten makkelijker maken om minder energie te consumeren. Dit te realiseren voor 2020 door, waar dat mogelijk is, zowel energiedichtheid van producten te verlagen via reductie van suiker en/of (verzadigd) vet en/of portiegrootte te verkleinen, als door groente en fruit te blijven promoten.

Bij het werken aan de ambities wordt de prioritering van productcategorieën gebaseerd op relevantie voor de volksgezondheid. Hierbij gaat het om de bijdrage aan consumptie en (technologisch) te behalen verbetering. Producten die bedoeld zijn voor kinderen krijgen een hoge prioriteit.

Deze ambities en bijbehorende planning is ook te lezen op de website van de AVP.

Resultaten

Het AVP is in 2014 getekend, maar ook voor die tijd waren bedrijven al bezig met voedingskundige verbetering van producten. Uit onderzoek van de NVWA blijkt dat het gemiddelde zoutgehalte in levensmiddelen tussen 2011 en 2013 met circa 9% is gedaald. De meest significante daling is zichtbaar bij de productgroepen conserven, kaas en brood. De levensmiddelenindustrie en de retail hebben ook afspraken omtrent zoutverlaging gemaakt in andere categorieën, zoals sauzen, soepen en vleeswaren.

Brood is de enige productcategorie waarvoor een maximumgehalte aan zout in de nationale warenwet is vastgelegd, namelijk 1,8% zout op droge stof. De zoutreductie in brood sinds 2009 is 25%. Een stapsgewijze verlaging van zout zou ook een mogelijkheid kunnen zijn in andere levensmiddelen.

Hoewel transvet niet specifiek genoemd wordt in het AVP, is het niveau van transvetten in voedingsmiddelen door de Nederlandse industrie tot onder de norm van de Gezondheidsraad gebracht (maximaal 1% van energie uit transvet). De Europese Commissie heeft inmiddels een verordening goedgekeurd. Hierin is vastgelegd dat per 1 april 2021 voedingsmiddelen voor de eindconsument maximaal 2% transvet mogen bevatten. Het gaat hierbij alleen om transvet in industriële vetten, niet in natuurlijke vetten. Voor margarine geldt de norm dus wel; voor roomboter niet. Door de nieuwe limiet wordt het voedselaanbod in EU-landen gezonder.

Acties van toepassing op bakkerijsector

Er zijn meerdere afspraken (in wording) die van toepassing zijn op de (industriële) bakkerijsector. Hieronder is per productcategorie aangegeven welke afspraken er zijn gemaakt (of nog gemaakt moeten worden). Het geeft aan dat er noodzaak is om kritisch te kijken naar het gehalte verzadigd vet, calorieën en zout in bakkerijproducten. Hoewel industriële partijen de afspraken gemaakt hebben, kan het nooit kwaad om als ambachtelijke bakker eens kritisch te kijken naar uw producten en daar verbeteringen in door te voeren ten behoeve van de gezondheid. NBC is er altijd om u daarbij te helpen.

Brood

Al voor het AVP was zoutverlaging in gangbaar brood (wit, bruin, volkoren, meergranen) aan de orde. Sinds 1 januari 2013 geldt voor brood de limiet van 1,8% zout op droge stof. Deze limiet is vastgelegd in het Warenwetbesluit Meel en brood en moet daarom door zowel industriële als ambachtelijke bakkerijen nageleefd worden. NVWA controleert dit. Per 1 januari 2017 is deze limiet ook van toepassing op alle andere broodsoorten, zoals bijvoorbeeld kleinbrood, glutenvrij-, rogge- en stokbroden.

Hartige broodjes

Er zijn afspraken gemaakt om het zoutgehalte in drie soorten hartige broodjes te verlagen: worstenbroodjes, saucijzenbroodjes en kaasbroodjes. Deze drie hartige broodjes zijn gekozen vanwege hun populariteit en relatief hoge gehaltes aan zout binnen de categorie hartige broodjes. Er is onderzoek gedaan naar de mogelijkheden voor zoutverlaging in deze broodjes. Afgesproken is dat per 1 oktober 2019 het maximum natriumgehalte in worsten- en kaasbroodjes 600 mg/100g mag zijn en voor saucijzenbroodjes 660 mg/100g. Dat komt overeen met 1,5 gram zout (natriumchloride) per 100 gram worsten- of kaasbroodje, en 1,65 gram zout per 100 gram saucijzenbroodje. Het gemiddelde zoutgehalte van worstenbroodjes zal hiermee ruim 12% dalen, bij kaasbroodjes 7% en saucijzenbroodjes gemiddeld 4%. Dit is een goede eerste stap. Er is niet gekozen voor een verlaging van het verzadigd vet, omdat het verzadigd vetgehalte in vlees, kaas en roomboter moeilijk te sturen is. Deze ingrediënten zijn echter wel van cruciaal belang voor de hartige broodjes. Wel is er de mogelijkheid om de portiegrootte te verlagen. Op die manier wordt ook de hoeveelheid verzadigd vet verminderd. Hiervoor zijn geen specifieke afspraken gemaakt.

Ontbijtgranen

Er is een ketenafspraak gemaakt om het suiker en zoutgehalte in ontbijtgranen te verlagen. Ontbijtgranen worden veel door kinderen gegeten, en daarom is het een belangrijke productgroep. Ontbijtgranen zijn onderverdeeld  in twee categorieën, waarvoor andere reducties gelden:
- Flakes en gepofte/geëxtrudeerde producten; suikerverlaging van 10% en zoutreductie van 13,4%.
- Krokante muesli; suikerverlaging van bijna 13%.
Deze reducties moeten voor 1 maart 2020 doorgevoerd zijn.

Cake op basis van margarine

Er is een afspraak gemaakt om de maximale hoeveelheid verzadigd vet in cakes op basis van margarine te verlagen. De norm voor verzadigd vet is 9,0 g/100g. De norm zal ertoe leiden dat de gemiddelde hoeveelheid verzadigd vet in margarine cakes 7% zal verminderen.

Portiegrootte van koek en banket

De Federatie Nederlandse Levensmiddelen Industrie (FNLI) heeft met andere partijen het Nationaal Preventieakkoord ondertekend. Naast de afspraken binnen de AVP, zijn in het Nationaal Preventieakkoord afspraken gemaakt  over portiegrootte van koek en banket, tussendoortjes, chocolade en suikerwerken.
De Vereniging voor de Bakkerij- en Zoetwarenindustrie (VBZ) heeft een plan van aanpak opgesteld. Voor koek en banket zijn de  doelstellingen per 2021:
- 10% meer koek- en/of banketproducten op de markt brengen met minder dan 200 kcal per portie.
- Op minimaal 95% van de koek- en banketverpakkingen communicatie aanbrengen met betrekking tot portiegrootte in kcal, gram en per stuk. Bijvoorbeeld “3 koeken = 180 kcal = 1 portie”.
Het advies van VBZ is om de portie bij de voedingswaarde informatie op te nemen. Daarnaast is het wettelijk verplicht om het aantal porties per verpakking te vermelden, wanneer in de voedingswaarde de portie wordt verstrekt.
NB: Huidige afspraken hebben alleen betrekking op langer houdbare producten, niet op koek en banket dat vers wordt aangeboden. Retailers onderschrijven de afspraken niet, zodoende zijn deze alleen van toepassing op merkproducten, niet private label.

Grenzen aan herformulering

Het verminderen van zout, verzadigd vet of suiker (calorieën) in producten kent grenzen. Vet en suiker hebben meer functies in voedingsmiddelen dan alleen als smaakmaker. Ze zorgen ook voor volume en textuur. Een voorbeeld: wanneer verzadigd vet uit een vulling van een koek wordt vervangen voor onverzadigd vet, loopt de vulling uit de koek. Zout speelt ook nog een rol in houdbaarheid van veel producten.

De acceptatie door de consument van een product dat een aangepaste voedingswaarde heeft, is een belangrijk aspect bij herformulering. Producenten willen dat consumenten blijven kiezen voor hun product. Een te snelle productherformulering is daarom niet wenselijk; deze trajecten moeten in kleine stapjes en over een langere periode gebeuren, zodat de consument langzaam kan wennen aan het ‘nieuwe’ product. NBC adviseert u hier rekening mee te houden, wanneer u productherformulering door wil voeren.

 

 

Linda van Zonsbeek

Junior kennisspecialist Voeding en Gezondheid

l.van.zonsbeek@nbc.nl
0317 47 12 12
Linda van Zonsbeek

Junior kennisspecialist Voeding en Gezondheid

l.van.zonsbeek@nbc.nl
0317 47 12 12

Belangrijk! Een aantal dingen zijn veranderd.

Graag willen we u informeren. We hebben een duidelijke splitsing gemaakt tussen onze collectieve werkzaamheden ter verbetering van de bakkersbranche en onze commerciële diensten, die we aanbieden.

Voor al onze collectieve zaken kunt u nog steeds terecht bij NBC. Al onze commerciële diensten kunt u vanaf nu vinden onder FoodBase.nl. Met de kennis van NBC. 

Dat geldt dus ook voor online bestellingen. MijnNBC is nu Mijn FoodBase geworden. De inloggegevens zijn gelijk gebleven.

Voor vragen neem contact op met onze klantenservice of uw hygiëne – adviseur. 

×
Sluiten