Acrylamide voedingsmiddelen - Europees beleid en aandachtsgebieden

Acrylamide staat ook op de Europese agenda. De Europese Commissie heeft beleid opgesteld aangaande het onderzoek in voedingsmiddelen door lidstaten en bedrijven naar de daarin voorkomende acrylamidegehalten en reductiemaatregelen. De Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA) ontvangt sinds 2007 jaarlijks cijfers over acrylamide gehalten in voedsel van alle Europese lidstaten. Deze worden geanalyseerd en over de resultaten wordt door de EFSA gerapporteerd. Eind november 2017 is ook de Europese Verordening over acrylamide gepubliceerd (Verordening (EU) 2017/2158) waarin risicobeperkende maatregelen en referentiewaarden zijn vastgesteld voor exploitanten van levensmiddelenbedrijven. Dit artikel besteedt aandacht aan het Europese beleid, de meest recente rapportage van EFSA en meer specifiek aan de daarin gerapporteerde acrylamide gehalten in Europese bakkerijproducten. Ook gaan we kort in op de risicoanalyse van acrylamide in voeding die de EFSA in juni 2015 publiceerde. Tenslotte vindt u in dit artikel meer informatie over de inhoud van de Europese Verordening.

Het dossier over acrylamide van de Europese Commissie is hier te vinden.

Pauline Houtsma

Kennisspecialist Hygiëne en wetgeving

p.houtsma@nbc.nl
0317 47 12 12

Documentatie

De Europese Commissie hanteert sinds 2007 aanbevelingen voor het verzamelen van betrouwbare gegevens over het acrylamide gehalte in levensmiddelen waarvan bekend is dat

  • de stof er in hoge mate in aanwezig is of
  • die een belangrijke plaats innemen in de voeding van de bevolking of in de voeding van kwetsbare groepen zoals zuigelingen en peuters.

Deze gegevens worden jaarlijks doorgegeven aan de EFSA. Deze neemt ze op in een databank. De EFSA evalueert de analyseresultaten en gaat na hoe doeltreffend de voorgestelde maatregelen zijn. De aanbeveling is gericht aan zowel de bevoegde autoriteiten van de lidstaten als aan exploitanten van levensmiddelenbedrijven.

In de aanbeveling staan de te bemonsteren productcategorieën, de bemonsteringsprocedure, de analysemethode, het minimum aantal te nemen monsters per productcategorie, de minimaal te verstrekken gegevens, de plaats en eventueel de periode van bemonstering. De monsters moeten worden gekozen met inachtneming van de eetgewoonten in de desbetreffende lidstaat. De meest recente aanbeveling is gepubliceerd in 2019 (document nummer 1888). Voor de bakkerij van belang zijnde producten die in de (niet uitputtende) lijst van te monitoren producten worden vermeld zijn broodjes (hamburgerbroodjes, volkorenbroodjes, melkbroodjes etc…), pitabrood, Mexicaanse tortilla’s, croissants, donuts, speciaal brood (pompernikkelbrood, ciabatta met olijven, uienbrood etc.), pannenkoeken en churros, rijstcrackers, maiscrackers, granensnacks zoals geëxtrudeerde maïs en/of tarweproducten, gebrande noten, geroosterde oliehoudende zaden en gedroogde vruchten.

De prestatiecriteria voor de analyse van acrylamide zijn vastgelegd in de Europese acrylamideverordening (Vo (EU) 2017/2158). Daarin worden ook waarden voor de LOD en de LOQ genoemd. De LOQ (limit of quantification) is de detectielimiet waarbij of waarboven het verschil tussen twee waarden met een grote mate van zekerheid kan worden vastgesteld. Vergelijk: je hoort niet alleen iemand praten (limit of detection of LOD), maar verstaat wat ook wat er gezegd wordt (LOQ).

Als belangrijkste productgroepen zijn door de Europese Commissie aangewezen:

  • consumptie-gerede frieten en andere versneden (gefrituurde) producten en chips van verse, in schijfjes gesneden aardappelen en diepvries aardappelproducten die in de oven moeten worden afgebakken (producten als rösti vallen hier niet onder).
  • crackers, snacks, chips en andere producten van aardappeldeeg (uitgezonderd pommes duchesse, aardappelkroketten, pommes noisettes en dergelijke).
  • brood (inclusief melkbrood, roggebrood, meergranenbrood, moutbrood, stokbrood, gestoomd brood, hamburgerbroodjes en dergelijke)*
  • kant-en-klare ontbijtgranen (met uitzondering van pap, muesli, graanvlokken en havermout)
  • bepaalde banketbakkerswaren: koekjes, biscuit, beschuit, graanrepen, scones, crackers (inclusief creamcrackers, pretzels en matzes ), bros gebakken brood (knäckebröd), wafels, hoorntjes, soepstengels, peperkoek/ontbijtkoek en soortgelijke broodvervangende producten**
  • gebrande koffie en oploskoffie
  • koffiesurrogaten
  • babyvoeding
  • bewerkte voedingsmiddelen op basis van granen en babyvoeding voor zuigelingen en peuters zoals omschreven in Verordening (EU) 609/2013 (voor bijzondere voeding bestemde levensmiddelen)

*De wetgeving is van toepassing op alle gewone bakkerijproducten die tot de categorie brood worden gerekend. De wetgeving is zodoende niet van toepassing op speciaal brood (zoals pompernikkelbrood, ciabatta met olijven, uienbrood, kaasuienbrood, bacon-kaasbrood, tapasbrood, gevuld brood…). Ook producten als pitabrood en Mexicaanse tortilla vallen hier niet onder volgens de Europese guidance (versie 21/06/2018).
**Producten als donuts, muffins, cakes, eclairs, croissants, rijstwafels vallen hier niet onder volgens de Europese guidance (versie 21/06/2018)

Om een beter overzicht te krijgen van de redenen waarom de acrylamide gehalten in bepaalde levensmiddelen significant hoger zijn dan die in vergelijkbare producten van dezelfde productcategorie, heeft de Europese Commissie indicatieve waarden/ referentieniveaus gepubliceerd. De referentieniveaus zijn bedoeld om aan te geven of nader onderzoek nodig is. Het zijn geen veiligheidsdrempels of wettelijke grenswaarden. De bevoegde autoriteit (in Nederland de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit, NVWA) gaat bij overschrijding van deze waarde na of er voldoende en passende maatregelen zijn genomen om de vorming van acrylamide tegen te gaan. Ze kunnen dus beschouwd worden als signaalwaarden welke ook als referentiekader dienen voor monitoring en risicoanalyse door exploitanten van levensmiddelenbedrijven.

De referentieniveaus voor acrylamide zijn sinds de publicatie van de Europese Aanbeveling (van 8 november 2013) opnieuw vastgesteld en vrijwel voor alle levensmiddelengroepen verlaagd. Ze zijn nu onderdeel van de Europese acrylamideverordening (kijk voor een inhoudelijke toelichting op deze verordening aan het eind van dit artikel). De referentieniveaus zullen om de drie jaar opnieuw worden vastgesteld. De nieuwe referentieniveaus zijn als volgt:

 

 

 

Algemeen
De Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA) ontvangt sinds 2007 jaarlijks cijfers over acrylamidegehalten in voedsel van Europese lidstaten. Deze data worden geanalyseerd en de meest recente rapportage van een dergelijke analyse is in 2012 gepubliceerd. Uit deze analyse bleek dat het acrylamidegehalte het hoogste was in koffie(surrogaten) en gefrituurde aardappelproducten. Vergeleken met voorgaande jaren waren de gehalten in 2010 in de meeste producten afgenomen. De laagste gemiddelde waarden werden gevonden in bewerkte voedingsmiddelen op basis van granen voor zuigelingen en peuters (51 µg/kg), in zacht brood (30 µg/kg ) en in babyvoeding (69 µg/kg ).

De hoogste gemiddelde waarden werden gemeten in aardappelchips van verse aardappelen 758 µg/kg), en in koffiesurrogaten (1350 µg/kg). Voor de jongvolwassenen en kinderen zijn gefrituurde aardappelproducten, zacht brood ontbijtgranen, biscuits crackers en bros gebakken brood, andere producten op basis van granen en andere producten op basis van aardappel de belangrijkste bron voor inname van acrylamide, Voor volwassenen en ouderen zijn dezelfde producten van belang, aangevuld met koffie .

De indeling van producten in verschillende categorieën is sinds 2010 ingrijpend veranderd. Dat maakt de vergelijking met voorgaande jaren moeilijker, maar schept voor de toekomst meer duidelijkheid.

Overzicht van de gepubliceerde gehalten in bakkerijproducten

Op 4 juni 2015  heeft EFSA een wetenschappelijke opinie gepubliceerd die gaat over het risico op het krijgen van kanker bij de mens door inname van acrylamide in voedingsmiddelen. In deze opinie zijn ook de uitkomsten van de meest recente onderzoeken meegenomen. Experts concluderen opnieuw dat de aanwezigheid van acrylamide in voeding het risico op het krijgen van kanker bij de mens zou kunnen verhogen voor consumenten in alle leeftijdsgroepen hoewel onderzoek op dit gebied beperkt en niet overtuigend is. Dit heeft te maken met het feit dat acrylamide in een breed scala aan voedingsmiddelen voorkomt. Kinderen worden in verhouding het meest blootgesteld aan de stof door hun lagere lichaamsgewicht. EFSA achtte de kans op andere schadelijke effecten zoals invloed op het zenuwstelsel of verminderde vruchtbaarheid bij mannen klein omdat de hoeveelheid acrylamide uit voeding daarvoor te laag is.

Producten die volgens de experts het meeste bijdragen aan inname van  acrylamide via de voeding zijn
• Gefrituurde aardappelproducten
• Koffie en koffiesurrogaten
• Biscuits
• Crackers
• Bros gebakken brood
• Zacht brood

Acylamide wordt via het maagdarmstelsel opgenomen in het lichaam en afgebroken, waarbij onder andere glycidamide ontstaat. Deze stof is waarschijnlijk een belangrijke veroorzaker van het ontstaan van tumoren bij proefdieren.

Het dossier over acylamide van de EFSA is te vinden op http://www.efsa.europa.eu/en/topics/topic/acrylamide.htm

Op 21 november 2017 is Verordening  2017/2158 gepubliceerd tot vaststelling van risicobeperkende maatregelen en referentieniveaus voor de reductie van acrylamide in levensmiddelen (kortgezegd “de Europese acrylamideverordening”). Deze is van toepassing op bakkerijen die producten produceren uit een categorie waarvoor referentieniveaus zijn vastgesteld (brood, koekjes, biscuits, beschuit, graanrepen, scones, hoorntjes, wafels, beschuitbollen, peperkoek, en ongezoete banketbakkersproducten zoals crackers, bros gebakken brood en broodvervangende producten). Deze bedrijven worden verplicht om de mogelijkheden tot verlaging van acrylamidegehalten in kaart te brengen, toe te passen en te monitoren middels een risico gestuurde aanpak (HACCP) die is afgestemd op de bedrijfsomvang en de aard van de activiteiten. Het doel daarvan is het bereiken van een acrylamideniveau wat zo laag als redelijkerwijs mogelijk is en onder de in bijlage IV vastgestelde referentieniveaus ligt. Deze Verordening is van toepassing vanaf 11 april 2018.

De risicobeperkende maatregelen worden per bedrijfscategorie en productgroep opgesomd in de bijlagen van deze Verordening en zijn verwerkt in het artikel “Maatregelen voor het verlagen van het acrylamidegehalte volgens Europese acrylamideverordening”. Het doel hiervan is de acrylamide gehaltes zover te verlagen als redelijkerwijs mogelijk is onder de vastgestelde referentieniveaus.

Pauline Houtsma

Kennisspecialist Hygiëne en wetgeving

p.houtsma@nbc.nl
0317 47 12 12

Documentatie