Conflict Midden-Oosten raakt bakkerij direct én indirect – effecten waarschijnlijk lang voelbaar
07 apr. 2026
WAGENINGEN, 7 APRIL 2026 - Door het conflict in het Midden-Oosten zijn olie- en gasmarkten in korte tijd fors verstoord. De stijgende energie- en brandstofprijzen zijn inmiddels volop voelbaar. Voor bakkerijen is dit geen abstract internationaal probleem, maar dagelijkse realiteit: energierekeningen lopen op en transport wordt duurder. Maar wat heeft deze situatie voor effect op grondstoffen en de iets langere termijn? Uit een rondgang van NBC langs verschillende bronnen blijkt dat het onderscheid tussen directe en indirecte effecten belangrijk is, en dat de gevolgen nog lange tijd voelbaar blijven.
Directe impact: stijging energieprijzen
De meest directe impact voor bakkerijen is de snelle stijging van energieprijzen. Olie- en gasprijzen zijn sterk opgelopen door aanvallen op energie-infrastructuur en onzekerheid over de beschikbaarheid van cruciale transportroutes, zoals de Straat van Hormuz. Hierdoor loopt de inflatie weer op en staat de koopkracht onder druk.
Voor Europa en Nederland kan de economische impact aanzienlijk zijn. Rabobank heeft verschillende scenario’s doorgerekend. In het meest negatieve scenario kan de inflatie oplopen tot 4,4%. Dit scenario gaat uit van langdurige uitval van olieproductiefaciliteiten en blijvend hoge gasprijzen. De gasprijs, die in maart al steeg naar 52 euro per megawattuur (TTF), kan in een ongunstig geval oplopen tot 125 euro per megawattuur en meerdere jaren op dit niveau blijven.
Voor bakkerijen betekent dit dat energiekosten hoog en onvoorspelbaar blijven. Volgens het Internationaal Energieagentschap is zelfs sprake van de “grootste verstoring ooit” op de energiemarkt. Schade aan gasvelden, onder meer in Qatar en Saoedi-Arabië, kan jaren herstel vergen. De energie-analisten van Rabobank verwachten daarom dat we tot in 2027 te maken blijven houden met verhoogde energieprijzen.
Indirecte impact: grondstoffen en logistiek
De effecten op grondstoffen zijn minder direct zichtbaar, maar zeker niet minder relevant. Niet zozeer omdat grondstoffenroutes massaal door de Straat van Hormuz lopen, maar omdat stijgende energie- en scheepvaartkosten doorwerken in productieketens wereldwijd. Diesel, kunstmest en transport worden duurder, wat de kostprijs van landbouwproducten onder druk zet.
Graan
De graanmarkt laat een wisselend beeld zien. Tarweprijzen reageren gevoelig op geopolitieke spanningen, hogere energieprijzen en een zwakkere euro-dollar koers. In belangrijke productieregio’s zoals Australië drukken hogere kosten voor diesel en kunstmest op het marktsentiment en de onzekerheid in de Zwarte Zee-regio blijft ook meespelen. Wereldwijd zijn productie en consumptie redelijk in balans, maar de markt blijft kwetsbaar voor nieuwe schokken.
Suiker
Suiker volgt een eigen patroon. Na forse prijsdalingen door wereldwijde overschotten zijn prijzen recent weer gestegen. Suiker reageert sterk op energieprijzen: bij hoge olieprijzen schakelen Braziliaanse producenten sneller over op ethanolproductie, waardoor het suikeraanbod krimpt. Ook logistieke verstoringen, waaronder in het Midden-Oosten, spelen hierbij een rol. Het gevolg is een grillige markt met kans op nieuwe prijsstijgingen bij tegenvallende oogsten of verder oplopende energieprijzen.
Cacao
De cacaomarkt bevindt zich in een overgangsfase. Na recordprijzen in 2024–2025 zijn de termijnprijzen gedaald dankzij een betere oogst in West-Afrika. Toch blijven consumentenprijzen hoog: ruim 50% boven het niveau van 2021. Voor bakkerijen betekent dit dat cacaokosten structureel hoger blijven, terwijl de markt gevoelig blijft door de afhankelijkheid van West-Afrikaanse productie en de invloed van meststof- en energiekosten.
Vertraagde doorwerking naar brood en banket
Op dit moment zijn hogere kosten nog niet één-op-één zichtbaar in de prijzen van brood en banket. Volgens Rabobank duurt het gemiddeld zes tot negen maanden voordat hogere energieprijzen volledig doorwerken in de supermarktprijzen. Dit komt door voorraden, lopende contracten en bestaande prijsafspraken binnen de keten. Die periode biedt tijdelijke demping, maar geen structurele bescherming.
Uit onderzoek van Rabobank, gebaseerd op de zogeheten local projections-methodiek, blijkt dat een langdurige energieschok van 50% grote gevolgen heeft voor de voedingsindustrie. Afhankelijk van de energie-intensiteit van het productieproces kunnen prijzen binnen 24 maanden tot bijna 30% stijgen. Voor brood- en bakkerijproducten ligt dit effect rond de 15%.
Sector al onder druk
De bakkerijsector heeft de afgelopen jaren al te maken gehad met forse kostenstijgingen van grondstoffen, lonen, energie en huisvesting. Deze kosten zijn niet volledig doorberekend aan consumenten, wat heeft geleid tot druk op marges, bedrijfsbeëindigingen en winkelsluitingen. Toch zagen we in 2025 ook groeiende verkoopcijfers zowel in brood als gebak en stonden alle lichten op groen voor 2026. De nieuwe energiecrisis verandert de situatie en vergroot opnieuw de kwetsbaarheid van bedrijven in de sector.
Structurele onzekerheid
Energie, suiker, cacao en graan blijven daardoor ook in 2026 belangrijke kostenrisico’s voor bakkerijen. Suiker en cacao kennen de grootste prijsschommelingen, terwijl graan wereldwijd beter in balans is, maar gevoelig blijft voor geopolitieke en economische ontwikkelingen. Tegelijkertijd geldt: betrouwbare langetermijn-voorspellingen zijn lastig te maken. De doorslaggevende factor is de duur en intensiteit van het conflict in het Midden-Oosten, de mate van schade aan energie-infrastructuur en het tempo van herstel. Hoe langer het conflict aanhoudt en hoe langer cruciale routes en productiecapaciteit beperkt blijven, hoe groter de economische impact. Dat de gevolgen voor bakkerijen niet tijdelijk zijn, maar langdurig voelbaar blijven, staat echter buiten kijf.