Claims en etikettering van voedingsvezels

Hoe ziet de etikettering rondom voedingsvezels eruit? Mag zomaar elke stof als voedingsvezel worden toegevoegd? Geldt er een maximale of juist een minimale dosering? Mag er gecommuniceerd worden over de eventuele gezondheidseffecten van een voedingsvezel? En hoe moeten voedingsvezels eigenlijk worden gedeclareerd? In dit artikel komen de wettelijke aspecten die gelden voor voedingsvezels aan bod.

Dit artikel is onderdeel van het dossier "Alles over voedings- en gezondheidsclaims".

Documentatie

Van nature voorkomende voedingsvezels in levensmiddelen, zoals bijvoorbeeld in granen, fruit, noten of zaden, vallen wettelijk gezien automatisch in de categorie voedingsvezels. Van deze vezels is bewezen dat zij gunstig zijn voor de gezondheid. Voor geïsoleerde en synthetische vezels is echter bepaald dat er eerst een gunstig fysiologisch effect moet worden aangetoond, voordat ze onder de officiële vezeldefinitie mogen vallen. Pas dan mag deze hoeveelheid voedingsvezel ook worden meegeteld in de voedingswaardedeclaratie. U leest hierover meer in het artikel ‘Definitie voedingsvezels’.

Een voedingsvezel wordt gezien als een ingrediënt in een levensmiddel. Er dient onderscheid te worden aangebracht tussen voedingsvezels die voor het totale vezelgehalte en/of een gezondheidseffect iets betekenen en voedingsvezels die een technologische functie (bijvoorbeeld als additief) hebben. Vezels die officieel volgens de wettelijke definitie zo mogen heten, moeten bij voorverpakte producten op het etiket of de verpakking in de ingrediëntendeclaratie worden vermeld. Daarnaast kunnen ze in de voedingswaardetabel worden meegerekend. Eventueel mogen er ook goedgekeurde voedings- of gezondheidsclaims over de vezels in het product worden opgenomen, mits aan de bijbehorende voorwaarden wordt voldaan.

De ingrediëntenlijst
In de ingrediëntenlijst staan alle ingrediënten van het product onder hun specifieke of gebruikelijke benaming, na het woord 'ingrediënten:' zonder onderbreking en in volgorde van afnemende hoeveelheid. Als de productnaam, afbeelding of vermelding op de verpakking erop wijst dat het product een specifiek ingrediënt of voedingsvezel bevat, moet in de ingrediëntenlijst bij het ingrediënt of de voedingsvezel het percentage ervan in het product worden vermeld (berekend op het gewicht van het eindproduct). Indien een voedingsvezel afkomstig is van een bron die als allergeen is erkend, of allergene stoffen bevat, moet dit allergeen worden vermeld in de ingrediëntenlijst achter het betreffende ingrediënt. Uiterlijk op 13 december 2014 moeten allergenen in de ingrediëntenlijst worden geaccentueerd, bijvoorbeeld door deze vetgedrukt weer te geven.

De voedingswaardetabel
De hoeveelheid voedingsvezels mag worden gedeclareerd in de voedingswaardetabel. Dit is volgens de voedselinformatieverordening optioneel, maar verplicht als er elders op of bij het product een voedings- of gezondheidsclaim wordt vermeld. Deze verplichte vermelding geldt niet voor niet-voorverpakte levensmiddelen en bij het gebruik van claims in bijvoorbeeld advertenties of op websites.

Een voedings- of gezondheidsclaim is een vrijwillige bewering die wordt gedaan over de voedingswaarde of het effect van een levensmiddel. Dit kan een tekst zijn, maar ook een illustratie of een symbool. Het gaat om alle commerciële en vrijwillige uitingen waarmee de indruk wordt gewekt dat een levensmiddel bepaalde eigenschappen heeft. Er zijn diverse eisen en voorwaarden opgesteld voor het gebruik van dergelijke claims. In het algemeen geldt dat een claim:

  • nooit misleidend mag zijn;
  • niet de indruk mag wekken dat een evenwichtige voeding niet voldoende voedingsstoffen bevat;
  • van toepassing is op het levensmiddel zoals het wordt geconsumeerd (dus na een eventuele bereiding).

Daarnaast gelden er per voedings- of gezondheidsclaim specifieke voorwaarden. Een voedingsclaim zegt iets over de voedingskundige samenstelling van een product, bijvoorbeeld over de hoeveelheid vezels. Bijvoorbeeld:

  • Bron van vezels

Deze voedingsclaim is toegestaan wanneer het product minimaal 3 gram vezel per 100 gram product of 1,5 g/100 kcal bevat.

  • Vezelrijk

Deze voedingsclaim is toegestaan wanneer het product minimaal 6 gram vezel per 100 gram product of 3 g/100 kcal bevat. De Europese Commissie heeft enkele gezondheidsclaims voor specifieke vezels goedgekeurd. Het gaat om de volgende claims.

Een gezondheidsclaim is gebaseerd op algemeen aanvaard wetenschappelijk bewijs. Deze claim zegt iets over het effect van een product of ingrediënt op de gezondheid. Het kan gaan om generieke gezondheidsclaims, om claims inzake ziekterisicobeperking of om claims gericht op de ontwikkeling en gezondheid van kinderen. Bijvoorbeeld:
Roggevezels
Toegestane claim: ’Roggevezels dragen bij aan een normale darmwerking’
De claim mag alleen worden gebruikt voor levensmiddelen die minimaal 6 gram roggevezels per 100 gram product of minimaal 3 gram roggevezels per 100 kcal bevatten.

Meer informatie over voedings- en gezondheidsclaims leest u in het Dossier Voedings-en gezondheidsclaims. Meer mogelijke claims kunt u vinden in de database van de Keuringsraad.

Verrijking met natuurlijke, geïsoleerde of synthetische vezels kan interessant zijn om het totale vezelgehalte in een product te verhogen of om een product een specifiek gezondheidseffect voor de gebruiker mee te geven. Hierbij moet u wel goed letten op de specifieke voorwaarden om een claim (zie onderdeel ‘voedings- en gezondheidsclaim’ van dit artikel) of de aanduiding van een levensmiddel te behouden. Verrijking van een levensmiddel met bijvoorbeeld vezels dient namelijk wel in een significante hoeveelheid te gebeuren. Een te lage of onbeduidende hoeveelheid van een voedingsstof in een verrijkt voedingsmiddel biedt de consument geen voordelen en is daarom volgens de wet misleidend.

Additieven zijn stoffen die tot doel hebben een product bijvoorbeeld mooier, langer houdbaar, luchtiger of dikker te maken. De additievenverordening verstaat onder additieven iedere stof:
met of zonder voedingswaarde;

  • die op zichzelf gewoonlijk niet als voedsel wordt geconsumeerd; 
  • die gewoonlijk niet als kenmerkend voedselingrediënt wordt gebruikt; 
  • die voor technologische doeleinden bij het vervaardigen, verwerken, bereiden, behandelen, verpakken, vervoeren of opslaan van levensmiddelen bewust aan deze levensmiddelen wordt toegevoegd, met als (redelijkerwijs te verwachten) gevolg dat de stof zelf of bijproducten ervan, direct of indirect, een bestanddeel van die levensmiddelen wordt.

In principe worden alle additieven die een (technologische) functie hebben in het eindproduct als ingrediënt beschouwd en daarom ook vermeld in de ingrediëntenlijst.

Documentatie