Naam van het product

De naam die u aan een product geeft, moet duidelijk zijn en mag niet misleidend zijn. Dat betekent dat uit de naam van het product altijd moet blijken om wat voor product het gaat.  Fantasienamen en handelsnamen zijn geen officiële, wettelijke benamingen. U mag deze wel gebruiken, maar dient dan ook de wettelijke, gebruikelijke of beschrijvende benaming te vermelden.

U kunt uw producten op drie manieren aanduiden, namelijk met een:

  • Wettelijke benaming (gereserveerde aanduiding),
  • Gebruikelijke benaming of 
  • Beschrijvende benaming.

Het Warenwetbesluit Meel en brood kent voor grootbrood een aantal gereserveerde aanduidingen die verband houden met de samenstelling. Voorbeelden zijn tarwebrood, volkorenbrood, melkbrood en rozijnenbrood. Voor kleinbrood staan er gereserveerde aanduidingen in die verband houden met de hoeveelheid droge stof zoals kadetje, broodje of bolletje of mini. U bent niet verplicht deze aanduidingen te gebruiken, maar als u dat doet moet u wel aan de bijbehorende eisen voldoen.

Verder zijn er ook een aantal aanduidingen voor zuivelproducten beschermd (onder andere boter, room, kaas, karnemelk en yoghurt). Dat betekent dat wanneer u dit gebruikt in de naam van uw bakkerijproduct, er geen gedeeltelijke vervanger van dit zuivelproduct aanwezig is en dat het betreffende zuivelproduct een essentieel bestanddeel van uw bakkerijproduct is. Een botercroissant bevat om die reden dus geen combinatie van margarine en roomboter.

Voor cacao en chocolade gaan de eisen nog wat verder. Daarvoor is bepaald dat als het product aan een bepaalde samenstelling voldoet, u verplicht bent de daarbij behorende benaming zoals chocolade, melkchocolade of chocoladebonbon te gebruiken.

Naast een wettelijke benaming kunt u voor uw producten ook een algemeen gebruikelijke benaming kiezen. De consument weet in dit geval doorgaans direct met welk product hij te maken heeft. Voorbeelden van gebruikelijke benamingen zijn bijvoorbeeld kano, sprits, tompouce of moorkop: deze namen zeggen niets over de aard of samenstelling van het product, maar doordat het gebruikelijke benamingen zijn, weet de consument toch om wat voor soort product het gaat.

Een omschrijving stelt de consument in staat om de ware aard van het product te achterhalen. De naam van het product moet de juiste informatie geven over de samenstelling (ingrediënten) van het product en de aard van het product. Een suikerbrood bevat bijvoorbeeld zoveel suiker dat de zoete smaak duidelijk waarneembaar is en een notenbrood bevat zoveel noten, dat de smaak daarvan kenmerkend is.

Het Warenwetbesluit Meel en brood kent de volgende definitie van brood:

Brood is gebakken eetwaar, met als kenmerkende bestanddelen

  •  Water of melk
  • Geen ander rijsmiddel dan zuurdeeg of bakkersgist
  • Al dan niet verkleinde of geplette vruchten van graan of zaden van boekweit
  • Keukenzout: gebruik bakkerszout waaraan al dan niet broodverbetermiddel is toegevoegd.

Wanneer u naast deze bestanddelen nog andere, kenmerkende bestanddelen in het deeg gebruikt (zoals bijvoorbeeld lijnzaad, zonnebloempitten of boter) dient dat in de naam van het product tot uiting te komen, zodat de consument weet wat hij eet, bijvoorbeeld “witbrood met zonnebloempitten en lijnzaad” of “boterbrood”.

Pizzabroodje, vruchtentaart of crème gebakje zijn andere voorbeelden van beschrijvende benamingen.

Een globale toelichting op de verschillende verplichte onderdelen voor het etiket van voorverpakte producten vindt u in de overeenkomstig aangeduide artikelen. Voor een gedetailleerde toelichting verwijzen we u naar ons speciale naslagwerk “Voedselinformatie en Aanduiden” die deel uitmaakt van het digitale informatiepakket (te vinden via Mijn NBC). Heeft u na het doorlezen daarvan nog vragen op het gebied van etiketteren? Neem dan contact op met onze kennisspecialisten! Zij staan u graag te woord.

Gerelateerde diensten

Hulp bij etikettering
Op 13 december 2014 zijn nieuwe regels van kracht gegaan rond de etikettering van levensmiddelen. Dat heeft nogal wat gevolgen voor u als bakker waarbij u alle hulp goed kunt gebruiken. Het NBC staat u graag bij!
Lees meer
Lokaal marktonderzoek
Wat vinden klanten van uw personeel, winkel, assortiment, prijzen en communicatie? Weet u om welke redenen zij uw producten kopen? Weet u hoeveel klanten bij u in de winkel komen en hoeveel meer klanten u kunt bereiken binnen uw verzorgingsgebied? Wat vinden klanten van uw personeel, winkel, assortiment, prijzen en communicatie? Weet u om welke redenen zij uw producten kopen? Met Lokaal Marktonderzoek heeft u een uitstekend beeld.
Lees meer
SpecsPlaza
Consumenten hebben een toenemende behoefte aan kennis over voedsel en de ingrediënten daarvan. Ook vanuit de overheid worden steeds meer regels opgesteld om via bijvoorbeeld een etiket de juiste productinformatie te verstrekken. Het etiketteren van voorverpakte producten is bovendien verplicht. Ook voor onverpakte producten zijn de regels in december 2014 verscherpt. SpecsPlaza helpt u daarbij.
Lees meer