Kaas in de ingrediëntenlijst

De wetgever heeft bepaald dat de consument geïnformeerd dient te worden over de samenstelling van een product. Bakkers die kaas in hun producten verwerken, hebben daarom wat etikettering betreft te maken met een aantal regels. Bepaalde soorten kaas mogen met de groepsnaam ‘kaas’ worden aangeduid. Er zijn echter ook kaassoorten die in de ingrediëntenlijst met hun specifieke soortnaam vermeld dienen te worden. Soms is het bovendien verplicht daarbij alle ingrediënten te vermelden.

Als bakker maakt u wellicht regelmatig kaaskoekjes, kaasvlinders en kaascroissants. Mag u in het etiket voor deze producten volstaan met de groepsnaam ‘kaas’ of dient u de soortnaam te vermelden? Om die vraag te kunnen beantwoorden, doorloopt u per productsoort het volgende schema.

Cruciaal in dit verband is de definitie van kaas. Een product mag kaas genoemd worden als er sprake is van drie criteria:

  • Stremming van koemelk
  • Verwijdering van wei
  • Rijpingsproces

Goudse boerenkaas, Edammer kaas, Brie, Camembert, Danablu, Mozzarella, Emmentaler, Gruyère, Limburger, Tilsiter, Gorgonzola, Cheddar en Stilton voldoen aan deze drie criteria. Daarom mag u in principe bij het gebruik van een van deze kaassoorten volstaan met de vermelding ‘kaas’ in de ingrediëntendeclaratie. Als de kaas echter bijzondere ingrediënten of allergenen bevat, moet u deze tussen haakjes achter de aanduiding ‘kaas’ vermelden (zie het tabblad “Wanneer vermeldt u de ingrediënten” respectievelijk  het tabblad “Allergenen” voor een nadere toelichting).

Wanneer de eerder genoemde definitie van ‘kaas’ niet van toepassing is, dient u de soortnaam te vermelden. Dit geldt bijvoorbeeld voor kaas die niet van koemelk gemaakt is, zoals geitenkaas of Roquefort, of voor verse roomkaas, omdat het product nauwelijks een rijpingstijd heeft ondergaan. Ook wanneer u bij het aanprijzen van het product de specifieke nadruk legt op een bepaalde soort kaas of op het gebruik van meerdere soorten kaas, bent u verplicht de specifieke soortnamen te vermelden.

 

In een aantal gevallen bent u verplicht bepaalde of alle ingrediënten van de kaas achter de aanduiding te vermelden. Dit is afhankelijk van het soort kaas en van de gebruikte ingrediënten. In onderstaand schema wordt dat nader toegelicht.

Achter de aanduiding ‘kaas’ of de specifieke soortnaam ervan geeft u altijd de allergene stoffen aan. U hoeft melk en lactose in principe niet te vermelden, omdat de wetgever ervan uitgaat dat de consument weet dat kaas van melk gemaakt wordt. Wel moet het ingrediënt “kaas” in dat geval duidelijk onderscheidbaar zijn van de ingrediënten die geen allergenen bevatten (bijvoorbeeld door het woord kaas vet te drukken of te onderstrepen).
Bijvoorbeeld: , Meel(tarwe), ei, suiker, kaas, maïszetmeel

Wanneer u specifieke soortnamen vermeldt die bij de consument minder bekend zijn, dan kunt u de allergenen melk en lactose beter wel achter de kaas vermelden omdat de consument zich anders niet altijd realiseert dat het product melk (en dus lactose) bevat.
Bijvoorbeeld: tilsiter (bevat melk en lactose) of tilsiterkaas of tilsiterkaas.

Gerelateerde diensten

Belangrijk! Een aantal dingen zijn veranderd.

Graag willen we u informeren. We hebben een duidelijke splitsing gemaakt tussen onze collectieve werkzaamheden ter verbetering van de bakkersbranche en onze commerciële diensten, die we aanbieden.

Voor al onze collectieve zaken kunt u nog steeds terecht bij NBC. Al onze commerciële diensten kunt u vanaf nu vinden onder FoodBase.nl. Met de kennis van NBC. 

Dat geldt dus ook voor online bestellingen. MijnNBC is nu Mijn FoodBase geworden. De inloggegevens zijn gelijk gebleven.

Voor vragen neem contact op met onze klantenservice of uw hygiëne – adviseur. 

×
Sluiten