Adres, land van oorsprong en herkomstetikettering

Op voorverpakte producten is vermelding van de naam en het adres van diegene die verantwoordelijk is voor de juistheid van de informatie verplicht, zodat de consument contact kan opnemen met het betreffende bedrijf (fabrikant, handelaar of importeur). Daarnaast kan ook het land waar het product vandaan komt of de plaats of regio waar het product geproduceerd is op het product of bij de aanduiding vermeld worden. Als op een levensmiddel een verwijzing wordt gemaakt naar het land van oorsprong of de plaats van herkomst en deze is niet hetzelfde of dezelfde als voor het primaire ingrediënt van het levensmiddel, moet soms ook de herkomst van het primaire ingrediënt worden geëtiketteerd. In dit artikel lichten we deze begrippen en verplichten verder toe en gaan we in op de uitgezonderde gebruikelijke benamingen, zoals Zeeuwse bolussen. 

Op de verpakking vermeldt u de naam (of de handelsnaam) en het adres van de exploitant onder wiens naam het product in de handel wordt gebracht of wordt geïmporteerd in de EU. Het adres kan bestaan uit straat, postcode en plaats, maar ook uit postbusnummer of antwoordnummer, postocde en plaats. Het adres mag niet worden vervangen door het noemen van alleen de handelsnaam en plaats of door het noemen van een website. De naam en het adres mogen worden aangevuld met een telefoonnummer, emailadres en/of website. De vestigingsplaats wordt niet beschouwd als een verwijzing naar de plaats van herkomst van het product. Voorwaarde is wel dat de vestigingsplaats niet specifiek benadrukt wordt. 

Het land van oorsprong is het land waar planten of dieren zijn geteeld of opgegroeid, of waar een ingrijpende bewerking van een samengesteld levensmiddel plaatsvond. De plaats van herkomst is de plaats waar het levensmiddel is gemaakt/gefabriceerd. 

Als de plaats/land van herkomst op een levensmiddel wordt vermeld en de zogenaamde primaire ingrediënten komen uit een ander land of andere plaats, dan moet de consument hierover geïnformeerd worden als deze anders wordt misleid. Ook afbeeldingen zoals vlag(kleuren), landkaarten of afbeeldingen van bekende monumenten, landschappen, personen of nationale symbolen kunnen als een verwijzing naar een plaats/land van herkomst worden gezien. Wanneer nu precies sprake is van mogelijke misleiding is moeilijk algemeen te omschrijven. Vermeldingen als 'geproduceerd in (land)', 'product uit (land)' of 'vervaardigd in (land)' worden in principe gezien als vermeldingen die verwijzen naar de oorsprong van een product. De consument zal het idee hebben dat het hele levensmiddel - waaronder de ingrediënten ervan - uit het betreffende land afkomstig zijn. De bevoegde nationale autoriteit (NVWA) zal dit echter voor elk product/verpakking afzonderlijk beoordelen. Daarbij wordt alle informatie op het etiket en de totale presentatie van het product in aanmerking genomen. Exploitanten van levensmiddelenbedrijven moeten zicht afvragen of de vermelding van oorsprong van een bepaald ingrediënt een wezenlijk invloed kan hebben op de aankoopbeslissingen van consumenten en of het ontbreken van een dergelijke vermelding van oorsprong misleidend zou kunnen voor consumenten. 

Primaire ingrediënten
Per 1 april 2020 is de Uitvoeringsverordening (2018/775) van de Europese Commissie m.b.t. het vermelden van land van oorsprong of plaats van herkomst van het primaire ingrediënt van een levensmiddel van toepassing. Het primaire ingrediënt is het ingrediënt dat meer dan 50% van het levensmiddel vormt of het ingrediënt dat gewoonlijk door de consument met de benaming van het levensmiddel wordt geassocieerd (zoals bijvoorbeeld amandelen in “marsepein”, vlees in “saucijzenbroodje”, vlees in “worst” (bijvoorbeeld een worstenbroodje), wortelen en uien in “hutspot” en gehakt in “chili con carne") en waarvoor in de meeste gevallen een kwantitatieve aanduiding vereist is (KWID). Een levensmiddel kan dus meerdere primaire ingrediënten hebben, maar het kan ook zijn dat een levensmiddel helemaal geen primair ingrediënt heeft. Een primair ingrediënt kan ook een samengesteld ingrediënt zijn, bijvoorbeeld kaas of chocolade. In dat geval kan ook informatie over het primaire ingrediënt van het samengestelde ingrediënt noodzakelijk zijn. Dit is afhankelijk van het betreffende product en de manier waarop de ingrediënten van het samengestelde ingrediënt in de lijst van ingrediënten staan. Ook hier geldt dus weer een case-by-case benadering.

Informatie over het primaire ingrediënt vormt dus een aanvulling op de informatie over het land van oorsprong of de plaats van herkomst van een levensmiddel. Ook voor levensmiddelen met maar één ingrediënt kan dit van toepassing zijn als het land van oorsprong of de plaats van herkomst wordt vermeld en het land van oorsprong of de plaats van herkomst van het enige ingrediënt niet hetzelfde of dezelfde is als voor het levensmiddel. Het maakt ook niet uit of algemeen bekend is dat het primaire ingrediënt alleen afkomstig kan zijn van buiten de EU terwijl de vermelding van de oorsprong van het uiteindelijke levensmiddel verwijst naar de EU (of naar een of meer lidstaten).  

De informatie over de herkomst van het primaire ingrediënt moet duidelijk zichtbaar, goed leesbaar en onuitwisbaar zijn. Artikel 3 van de Uitvoeringsverordening (2018/775) stelt de voorschriften vast voor de plaats en de presentatie van de informatie, zoals de lettergrootte.

U kan het land van oorsprong of plaats van herkomst van het primaire ingrediënt als volgt vermelden:
a) met verwijzing naar één van de volgende geografische gebieden:

  • “EU”, “niet-EU” of “EU en niet-EU”; deze vermeldingen mogen op vrijwillige basis worden aangevuld met verwijzing naar een land of regio bijvoorbeeld “EU (Spanje) en niet-EU (Zwitserland)” of “EU en niet-EU (Zwitserland)”
  • Landcodes zoals USA of UK mogen ook worden gebruikt mits de consumenten in het land van verkoop deze begrijpen en hierdoor niet misleid worden.
  • de regio of ieder ander geografisch gebied in (verschillende) lidstaten of derde landen (indien als zodanig omschreven in het internationaal publiekrecht of goed begrepen wordt door de consument);
  • de lidstaat of de lidstaten, of het derde land of de derde landen;

b) middels een vermelding als volgt: “(naam van het/de primaire ingrediënt(en)) is/zijn niet afkomstig van het (land van oorsprong of de plaats van herkomst van het levensmiddel)”. Bijvoorbeeld voor een “Nederlandse boterkoek”: de boter is niet afkomstig uit Nederland.

De oorsprong aanduiding van het primaire ingrediënt moet in hetzelfde gezichtsveld staan als de herkomstaanduiding van het levensmiddel. Als de herkomstaanduiding meerdere keren voorkomt moet de oorsprong aanduiding van het primaire ingrediënten ook herhaald worden.

Voor voorverpakt rundvlees was herkomstvermelding al verplicht. Deze verplichting is uitgebreid met een aantal nieuwe vleessoorten, namelijk vlees van varkens, schapen, geiten en pluimvee. De Europese Commissie werkt aan een voorstel over eventuele verplichte vermelding van het land van oorsprong of de plaats van herkomst voor vlees dat als ingrediënt wordt gebruikt (bijvoorbeeld in een saucijzenbroodje of quiche).

In de productnaam van brood en bakkerswaren wordt regelmatig verwezen naar een plaats of regio. Voorbeelden zijn Turks brood, Frans stokbrood, Fries Roggebrood, Drentse Stoet, Brabants worstenbroodje, Brabantse eierkoeken, Goudse stroopwafels, Limburgse vlaaien, Zeeuwse bolussen, Friese duimpjes, Deense krakeling, Bossche bollen, Groninger koek enzovoort. Vaak worden de bewuste producten niet in de betreffende plaats of regio gemaakt, maar is sprake is van gebruikelijke aanduidingen die verwijzen naar een traditie, smaak of receptuur. De consument verwacht dan niet dat die producten in genoemde steden of gebieden gemaakt zijn. In deze gevallen is er geen sprake van misleiding en is het niet nodig om de plaats van oorsprong of het land van herkomst van het primaire ingrediënt te vermelden. Deze aanduidingen zijn dus uitgezonderd.

Ook verwijzing naar “soort”, “wijze”, “stijl”, “recept”, “geïnspireerd door” of “à la” en dergelijke, (bijvoorbeeld: “yoghurt Griekse stijl”, “naar Limburgs recept”) verwijzen doorgaans naar het recept of naar specifieke kenmerken van het levensmiddel of het productieproces ervan en moeten daarom in beginsel niet als een vermelding van oorsprong worden beschouwd. Ook hierbij wordt de hele verpakking weer beoordeeld om vast te stellen of mogelijk sprake zou kunnen zijn van misleiding, bijvoorbeeld door een Griekse vlag af te beelden of een plaatje van een Limburgs icoon.

De Europese Commissie geeft aan dat op nationaal niveau moet worden vastgesteld welke aanduidingen uitgezonderd zijn. De NVWA geeft in haar Handboek Etikettering van levensmiddelen aan dat er geen verplichting is voor herkomstetikettering bij gebruikelijke en generieke namen waarin geografische termen voorkomen en noemt enkele voorbeelden: Frankfurter, Indian Pale Ale, Chinese tomatensoep, Engelse drop, Gelderse Worst, Amsterdamse uitjes, Franse frietjes en Duitse biefstuk. Dit soort benamingen hebben vooral betrekking op een bepaalde traditie, smaak, receptuur of type product. Voorwaarde is wel dat ze bij de consument niet de perceptie wekken van een geografische oorsprong van het desbetreffende levensmiddel, bijvoorbeeld omdat er op de verpakking of het etiket een vlag of andere verwijzing naar de regio of het land voorkomt. Dat laatste kan alleen door middel van individuele beoordeling van verpakkingen vastgesteld worden.

Een globale toelichting op de verschillende verplichte onderdelen voor het etiket van voorverpakte producten vindt u in de overeenkomstig aangeduide artikelen. Voor een gedetailleerde toelichting verwijzen we u naar ons speciale naslagwerk “Voedselinformatie en Aanduiden” die deel uitmaakt van het digitale informatiepakket. Heeft u na het doorlezen daarvan nog vragen op het gebied van etiketteren? Neem dan contact op met onze kennisspecialisten! Zij staan u graag te woord.

Gerelateerde diensten

Belangrijk! Een aantal dingen zijn veranderd.

Graag willen we u informeren. We hebben een duidelijke splitsing gemaakt tussen onze collectieve werkzaamheden ter verbetering van de bakkersbranche en onze commerciële diensten, die we aanbieden.

Voor al onze collectieve zaken kunt u nog steeds terecht bij NBC. Al onze commerciële diensten kunt u vanaf nu vinden onder FoodBase.nl. Met de kennis van NBC. 

Dat geldt dus ook voor online bestellingen. MijnNBC is nu Mijn FoodBase geworden. De inloggegevens zijn gelijk gebleven.

Voor vragen neem contact op met onze klantenservice of uw hygiëne – adviseur. 

×
Sluiten