T 0317 47 12 47

U bevindt zich hier: Home > Dossiers > Voedingsvezel & Volkoren > Definitie voedingsvezel in EU-wetgeving opgenomen

Definitie voedingsvezel in EU-wetgeving opgenomen

 

De richtlijn voedingswaarde etikettering van levensmiddelen (Richtlijn 90/496/EEG) is aangepast. Op 28 oktober 2008 is de aangepaste richtlijn (2008/100/EG) gepubliceerd. Daarin is nu ook een definitie voor voedingsvezel opgenomen. Tot nu toe ontbrak die definitie in EU wetgeving.

Deze richtlijn definieert het begrip voedingsvezel als suikerketens, bestaande uit drie of meer enkelvoudige suikers (zoals ribose, glucose of fructose), die in de menselijke dunne darm niet verteerd en niet opgenomen worden en:

  • die van nature voorkomen in levensmiddelen zoals die worden geconsumeerd (denk bijvoorbeeld aan producten als brood, aardappelen, groente of fruit) of
  • die uit grondstoffen voor levensmiddelen zijn verkregen en een gunstig effect op het lichaam hebben wat door algemeen aanvaarde wetenschappelijke gegevens wordt onderbouwd of
  • die nagemaakt zijn (synthetisch) en een gunstig effect op het lichaam hebben wat door algemeen aanvaarde wetenschappelijke gegevens wordt onderbouwd.

Gunstige eigenschappen van voedingsvezel kunnen bijvoorbeeld zijn: een versnelde darmpassage (gaat verstopping tegen), zorgen voor een groter ontlastingvolume, dienen als voedsel voor “goede darmbacteriën” en verlaging van het cholesterolgehalte of de insulinespiegel in het bloed.

Consequenties
De gunstige eigenschappen van vezel die van nature voorkomt in levensmiddelen is niet vanzelfsprekend ook nog aanwezig nadat die vezel is geïsoleerd of nagemaakt. De gunstige eigenschappen kunnen hierdoor namelijk verloren gaan.
Als u in uw product dus (extra) voedingsvezel wilt toevoegen door het gebruik van voedingsvezel die uit grondstoffen is geïsoleerd of is nagemaakt, moet u de gunstige werking van deze vezel met wetenschappelijke gegevens kunnen onderbouwen. Anders mag u dit ingrediënt niet als voedingsvezel declareren. De eis tot wetenschappelijke bewijsvoering geldt ongeacht of een voedings- of gezondheidsclaim wordt gebruikt ten aanzien van voedingsvezel. Als de gunstige werking niet is aangetoond voldoet het ingrediënt immers niet aan de definitie en mag het dus geen vezel genoemd worden.

Overgangstermijn
De lidstaten moeten de wijziging van de regelgeving een jaar na officiële publicatie hebben geïmplementeerd. Dit betekent dat VWS het Warenwetbesluit Voedingswaarde-informatie uiterlijk op 31 oktober 2009 moet aanpassen. Voor bedrijven geldt een overgangstermijn van 4 jaar vanaf het moment van officiële publicatie van de wijziging. Dit betekent dat u tot 31 oktober 2012 uw producten conform de huidige regelgeving in de handel mag brengen.

Vragen over dit dossier?

Stel ze aan:



Debora van Zee
Tel: 0317 47 12 47